(bron: Eindtermen Taal)
Werk hebben algemeen
|
|
Situatie |
Bewijsformulier |
|
|
gesprek |
schrijfproduct |
||
|
Praten over arbeidsvoorwaarden (verlof, kinderopvang e.d.)
|
Ik heb werk. Ik bereid een gesprek voor over arbeidsvoorwaarden. Arbeidsvoorwaarden zijn afspraken over bijvoorbeeld verlof, overuren en kinderopvang. |
gesprek met collega's thuis of op het werk
|
vragen op papier schrijven
|
|
Ik praat over arbeidsvoorwaarden. |
gesprek met werkgever of P&O Manager op de nieuwe werkplek
|
|
|
|
Het functioneringsgesprek
|
Ik bereid een functioneringsgesprek voor. Een functioneringsgesprek is een gesprek met mijn baas over hoe ik mijn werk doe. |
|
eem lijstje maken met mening over eigen fumctioneren |
|
Ik heb een functioneringsgesprek. Ik praat met mijn baas over hoe ik mijn werk doe. |
gesprek met leidinggevende op de werkplek
|
|
|
|
Ziek- en beter melden
|
Ik bel mijn baas om te zeggen dat ik ziek ben. Of om te zeggen dat ik beter ben. |
telefoon gesprek met leidinggevende (thuis) |
|
|
Ik vul een formulier van de Arbo-dienst in. De Arbo-dienst is een dienst die zorgt dat werknemers goed en veilig kunnen werken. Als je ziek bent moet je een formulier van de Arbo-dienst invullen. |
|
invullen van ARBO formulier |
|
|
Ik praat met de bedrijfsarts. Een bedrijfarts is een dokter die werkt voor de werkgever. Hij onderzoekt werknemers als die ziek zijn. De bedrijfsarts informeert de werkgever over de ziekte van de werknemer. |
gesprek met bedrijfsarts bij de bedrijfsarts of thuis
|
|
|
|
Werkoverleg/teamvergaderingen
|
Ik bereid een werkoverleg voor. Een werkoverleg is een vergadering over het werk. |
gesprek met leidinggevende of collega's thuis, op het werk
|
notities maken ter voorbereiding van van eigen inbreng
|
|
Ik doe mee met een werkoverleg. |
gesprek met leiding gevende en collega's op het werk |
|
|
|
Ik schrijf een verslag tijdens een werkoverleg. Ik schrijf op wat er tijdens het werkoverleg wordt gezegd. |
|
voor u zelf een notitie maken van werkoverleg
|
|
|
Overleggen met collega's
|
Ik praat met collega’s over de werkverdeling. Ik praat met collega’s over wie wat moet doen op het werk. |
in gesprek met collega's op het werk
|
|
|
Ik praat met collega’s over hoe het werk is gedaan. |
gesprek met directe (leidinggevende) collega's op het werk |
|
|
|
Praten met collega’s
|
Ik praat met collega’s over persoonlijke, alledaagse dingen. |
gesprek met collega op de werkplek
|
|
Werk hebben specifiek
Techniek
|
|
Situatie
|
Bewijsformulier |
|
|
gesprek |
schrijfproduct |
||
|
Contacten met klanten
|
Ik praat met een klant voor ik aan het werk begin. Ik praat over wat ik moet doen. |
gesprek met klant en eventueel een collega bij klant
|
|
|
Ik praat tijdens het werk met een klant over wat ik moet doen. |
gesprek met klant bij de klant
|
|
|
|
Ik praat met een klant over hoe ik het werk moet afmaken. |
gesprek met klant bij de klant
|
|
|
|
Ik schrijf op een formulier wat ik allemaal gedaan heb en hoe ik dat gedaan heb. |
|
formulier over werkzaamheden invullen
|
|
|
Rapporteren
|
Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk. |
|
op standaardformulier opsomming geven van werkzaamheden in logboek notities maken voor collega's |
|
Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren. |
|
een vaak terugkerende storing rapporteren
|
|
|
Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan. |
gesprek met collega of leidinggevende op de werkplek |
|
|
|
Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren. |
gesprek met collega op de werkplek
|
|
|
|
Arbo-voorschriften begrijpen
|
Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken. |
|
(teksten zijn toegestaan als bewijs) |
|
Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk. |
gesprek met collega, directleidinggevende of ARBO deskundige op de werkplek
|
|
|
|
Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid. |
gesprek met opleider of collega's op het werk of op bedrijfopleiding
|
|
|
|
Omgaan met klachten
|
Een klant vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De klant heeft een klacht. Ik praat met de klant over de klacht. |
gesprek met klant bij klant |
|
|
Een klant heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op. |
|
klacht noteren op bon of standaardformulier |
|
|
Werkinstructies begrijpen
|
Ik begrijp een mondelinge instructie bij een machine of een apparaat. |
gesprek metcollega, direct leidinggevende of extern opleider |
|
|
Ik lees instructies. |
|
(kopie van werksinstructie is toegestaan als bewijs) |
|
|
Ik krijg werkinstructies. Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies. |
gesprek met collega, direct leidinggevende op werkplek |
|
|
Werk hebben specifiek
Handel en dienstverlening
|
|
Situatie |
Bewijsformulier |
|
|
gesprek |
schrijfproduct |
||
|
Klantcontacten
|
Ik maak contact met klanten. |
gesprek met klant in een winkel, op kantoor of bij klant
|
|
|
Ik praat met klanten over producten en diensten. Bijvoorbeeld over of een bepaald product aanwezig is. |
gesprek met klant in een winkel, op kantoor of bij een klant |
|
|
|
Ik praat over de kwaliteit, de prijs of het gebruik van producten of diensten. |
gesprek met klant in een winkel, op kantoor of bij een klant |
|
|
|
Ik zoek schriftelijke informatie op. |
gesprek met klant of eventueel collega in een winkel, op kantoor of bij een klant
|
|
|
|
Rapporteren
|
Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk. |
|
|
|
Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren. |
|
|
|
|
Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan. |
gesprek met direct collega, leidinggevende, of een ander professioneel betrokkene in winkel, op kantoor of bij een klant |
|
|
|
Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren. |
gesprek met direct collega, leidinggevende op werkplek
|
|
|
|
Arbo-voorschriften begrijpen
|
Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken. |
gesprek met collega en leidinggevende in winkel, op kantoor of bij een klant |
(teksten zijn toegestaan als bewijs) |
|
Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk. |
gesprek met direct leidinggevende werkplek |
|
|
|
Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid. |
gesprek met opleider op werkplek of op bedrijfsopleiding |
|
|
|
Omgaan met klachten
|
Een klant vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De klant heeft een klacht. Ik praat met de klant over de klacht. |
gesprek met klant in winkel, op kantoor of bij klant |
|
|
Een klant heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op. |
|
|
|
|
Werkinstructies begrijpen
|
Ik begrijp een mondelinge instructie bij een machine of een apparaat. |
gesprek met collega, leidinggevende en/of externe opleider op werkplek |
|
|
Ik lees instructies. |
|
(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs) |
|
|
Ik krijg werkinstructies. Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies. |
gesprek met direct leidinggevende en/of collega op de werkplek |
|
|
Werk hebben specifiek
Zorg en welzijn
|
|
Situatie
|
Bewijsformulier |
|
|
gesprek |
schrijfproduct |
||
|
Klantcontacten
|
Ik praat met cliënten en bezoekers. |
gesprek met patiënt of zorgvrager, de leidingevende , ouder of een collega op de instelling of bij de zorgvrager |
|
|
Ik geef aanwijzingen aan cliënten en bezoekers. |
gesprek met patiënt, cliënt zorgvrager of het kind op de instelling of bij zorgvrager, cliënt |
|
|
|
Ik praat met een klant over het werk. |
gesprek met zorgvrager of cliënt op de instelling of bij de zorgvrager of cliënt |
|
|
|
Ik ontvang bezoekers van de instelling en geef informatie. |
gesprek met bezoekers op de instelling of bij cliënt/zorgvrager
|
|
|
|
Rapporteren
|
Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk. |
|
|
|
Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren. |
|
|
|
|
Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan. |
gesprek met direct leidingevende, zorgvrager of cliënt, deouder of een ander professioneel betrokkene op de instelling, bij de zorgvrager of cliënt |
|
|
|
Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren. |
gesprek met direct leidingevende, zorgvrager of cliënt, deouder of een ander professioneel betrokkene op de instelling, bij de zorgvrager of cliënt
|
|
|
|
Arbo-voorschriften begrijpen
|
Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken. |
|
(teksten zijn toegestaan als bewijs) |
|
Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk. |
gesprek met direct leidingevende, een arbo deskundige en collega op de instelling of zorgvrager of cliënt thuis |
|
|
|
Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid. |
gesprek met opleider en eventueel medecursisten of collega's op werkplek of op bedrijfsopleiding |
|
|
|
Omgaan met klachten
|
Een cliënt of bezoeker vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De cliënt heeft een klacht. Ik praat met de cliënt of de bezoeker over de klacht. |
gesprek zorgvrager of cliënt op de instelling, bij de zorgvrager of cliënt |
|
|
Een cliënt of bezoeker heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.
|
|
noteren van klacht op standaard formulier of in logboek |
|
|
Werkinstructies begrijpen
|
Ik begrijp een mondelinge instructie bij een handeling of een apparaat. |
gesprek met direct leidinggevende, externeopleider of collega op de instelling, bij de zorgvrager of cliënt
|
|
|
Ik lees instructies. |
|
(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs) |
|
|
ik krijg werkinstructies. Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies. |
gesprek over met collega of direct leidinggevende op de instelling, bij de zorgvrager of cliënt
|
|
|
bronnen: Eindtermen Taal, Vrom: bijlagen van de regeling inburgering (portfolio) ,handleiding Portfolio
